La tristesse in Luik
In de Cité Ardente voltrekt zich een ramp die 27ste januari.
Die nacht word ik gewekt door de zurige geur van brand, slaapdronken loop ik naar de straatzijde van mijn woning. Als ik een raam open, komt me een penetrante lucht tegemoet. Er is brand in de stad. Internet helpt me verder, een ontploffing door een gaslek, rue Léopold staat er geblokletterd. Een drukke straat in Luik, met bewoners uit verre continenten. Het publiek is zo internationaal als maar mogelijk. Luiks grootste legende, George Simenon werd er geboren in een huis op nr. 24.
In die dagen ben ik toevallig in Robermont, de Père Lachaise van Luik. Een oude dame poetst het graf van haar dochter, ze veegt het koude marmer en dan haar tranen, een beetje gebogen doet ze dat.
De stad is in shock. De oude herenhuizen, veelal druk bewoond in die buurt, hebben het begeven. Na een zware ontploffing en een brand, stuikt de gevel van blauwe steen in als een slap kaartenhuisje. Ik ga kijken die ochtend. Er gaat een aantrekkingskracht uit van die plek van onheil. Je wilt zien, helpen, maar je weet dat je niets kan, je mag er niet bij, en dan nog. Het verpulvert je hart als je mensen ziet huilen, wanhopig trachtend een gsm te bereiken. Niets meer, geen antwoord meer. Of ze zwart, Aziatisch, getint of blank zijn, ze zijn een kind van iemand, ze laten een leegte na.
Waar je op een doordeweekse dag zou lachen om de Luikse onverschilligheid, de laksheid en de “ ce n’est pas si grave”mentaliteit, hoop ik nu dat de stad en vele mensen iets geleerd hebben van dit drama. Voor de vele slachtoffers is het te laat, het heeft een bitter einde.
De brandweerlui en hulpverleners verdienen een pluim, als er een mens gered is, is het dankzij hun moed en inzet, het mag gezegd worden. Zij deden wat ze konden.
Op het kerkhof van Robermont, met zijn oude schitterende grafmonumenten, blijf ik even staan met een klein hart. Ik wil haar zeggen dat wij tot dezelfde club behoren, de club van verloren moeders, je wordt lid, ongewild. Maar ik loop door. Toch maar niet. Deze vrouwen hebben leren aanvaarden, met vallen en opstaan, het woordeloze verdriet om hun kind, mijn kind. Ze gaan door, voor de andere kinderen, voor een man, familie misschien. En misschien ook voor henzelf. Het trieste, het pijnlijke heb ik kunnen buigen, het was niet makkelijk. Het bracht Luik in mijn leven.
Rue Roture in Outremeuse
In zijn boek ‘je me souviens’ beschrijft George Simenon dit straatje als een plek van groot onheil, waar in het begin van de 20ste eeuw de bewoners samenhokten in miserabele omstandigheden, waar tuberculose en kankers heersten. Tegenwoordig een aardig steegje met tal van restaurantjes en een pianobar.
Folkloristische fantasmen
Je zou op het eerst zicht denken dat dit een doordeweeks kruidenierszaakje is, met zo te zien een Aziatische uitbater. Niets is wat het lijkt echter, dit is kunstgalerie Les Drapiers gelegen in Hors Château 68. Hoofdtooien en schoenen uit het verre China getuigen van een grote rijkdom. www.europalia.be
Een ommetje in Luik
Ik laat de Opera achter me en loop naar rue Sainte-Croix/rue Saint-Pierre, op een van de huizen een gedenkteken voor César Franck, deze Luikenaar ligt begraven op het kerkhof van Montparnasse in Parijs. De kerk St. Croix staat in de steigers, ik heb er kijk op een gedeelte van de hellingen van de stad. http://www.componisten.net/default.asp?c=franck
Ik zou u kunnen vertellen over de schitterende huizen en de basiliek St. Martin die ik zie op deze wandeling, maar de troep die ik her en der tref, het gekribbel op muren en deuren maken me soms te triest om bij dit toch al deprimerende weer het mooie te blijven accentueren. Afkeer en liefde gaan hier steeds hand in hand.
Vlaamse leeuw uithangen? Grapje.
Twee keer per jaar komen de eigenaars van de appartementen samen. Je moet weten dat het enorme herenhuis waarin we wonen, stamt uit 1870, dus met al zijn mankementen erbij. Zo is er een oud liftje, dat je soms ongewild naar de kelder voert, waar je dan belandt in een soort David Lynchsituatie. Een deur die maar gedeeltelijk opent, een bakstenenmuur die vlak voor je neus staat, enkele spinnen tegen de wand. Je weet dan niet hoe snel je op de knop moet drukken om weer op de juiste etage te komen. Terwijl de rillingen nog over je rug nazinderen, kruipt het liftje traag omhoog.
We bespreken samen de nieuwe planning, de onkosten en de ergernissen. Enkele malen liet ik de bijeenkomst bij mij thuis doorgaan, met de nodige wijn en versnaperingen liep dat altijd uit op een heel gezellige avond. Deze week waren we in brasserie ”l’Elysée” in onze straat. Wederom ging de wijn er gretig in, dat betekent dat ik na die vergaderingen met de Walen steeds in een iets schemerige toestand naar huis keer. Ze weten hoe het moet hier. Soms maakt mijn buurman enkele snedige opmerkingen over Vlaanderen en de Vlaamse bewoonster, “dat ‘zij’ toelating vraagt om de Vlaamse Leeuw uit het raam te hangen”, waarop de anderen mij benieuwd in de gaten houden, hoe zal ‘zij’ reageren op dit grapje? Maar ik kan het hebben, ik ken nu wel mijn medebewoners. Een vreemde eend in de bijt zal ik wel nog een tijdje blijven, maar dat geeft niet.
Overigens is in onze enorme kelder nog wel meer te vinden, een oude trap die halverwege is dichtgemetseld, deuren waarachter niets lijkt te zijn, verschillende kamers, waar oude kasten, en stapels documenten liggen. Eens, helemaal in het begin, was ik op zoek naar de meters van elektra en water. Jean, mijn onderbuur vergezelde mij aangezien ik het nogal luguber vond om alleen af te dalen. Na een aantal minuten gezocht te hebben naar de juiste meterkasten, schakelde de automatische verlichting uit. Ik dacht dat ik in een griezelfilm belandde. Beiden wisten we niet welke kant op in het doolhof van kelders. We dwaalden een poosje rond, dan weer tegen elkaar opbotsend, totdat hij eindelijk de lichtschakelaar vond. Nu daal ik nooit meer af zonder de nodige voorzieningen zoals gsm en zaklamp.
Er is in ons gebouw ook een ‘entresol’, een tussenverdieping. Vroeger was op die verdieping een restaurant voor de vips, zij die in het restaurant op het gelijkvloers niet samen met het gewone volk wilden eten. Je ziet nog altijd de ontvangstruimte voor de gasten. Inmiddels hebben de bewoners van de entresol er een rijtje roodfluwelen cinemastoelen gezet. Het lijkt nu eerder een dokterswachtkamer uit een oude film. Als we bij elkaar zijn wordt er al eens gefantaseerd over wat hier ooit gebeurd is, in de tijd dat België nog maar enkele jaren oud was, vóór het bestaan van de taalgrens, en met de nodige wijn gaat dat fantaseren heel makkelijk.
Outremeuse, de vrije republiek van Luik
Zoals steeds is Outremeuse een buitenbeentje. Als je tegenwoordig een glas gaat drinken op het terras van de Randaxhe, kan je genieten van dit tafereeltje. Verloren gereden Amerikaanse politie-auto’s belanden op de rotonde van St. Nicolas. (Boulevard Saucy). Een bewonderaar (?) heeft een kerstboom gedropt op de achterbank van de 2de wagen, en enkele wensen op de deuren geschreven.












